Huishoudelijk reglement
1. Algemeen:
1.1. De minimumleeftijd om lid te worden van onze club ligt op 6 jaar. In sommige gevallen kan hier een uitzondering op zijn. In overleg met de trainers kan iemand jonger dan 6 jaar ook toegelaten worden tot de club.
1.2. Je dient altijd te luisteren naar een hogere gordel. Wanneer je dezelfde gordel hebt, luister je naar de oudste.
1.3. De kleedkamers dienen om je om te kleden en om je te douchen. Er wordt dus niet gespeeld of lawaai gemaakt. Er komen geen heren in de dameskleedkamer of omgekeerd.
1.4. Je toont als karateka* steeds respect voor je medemens, op of naast de mat, voor, tijdens en na de training. Dit respect hoor je ook te hebben voor het materiaal dat in de sporthal voorhanden is.
1.5. Tijdens de trainingen zijn toeschouwers toegelaten, op voorwaarde dat ze de lessen niet storen. Tijdens de examens zijn er geen toeschouwers toegelaten.
1.6. Dit reglement is voor wijzigingen vatbaar en zal om het half jaar geëvalueerd worden door het bestuur.
2. Trainingen:
Algemeen:
2.1. Wanneer je de dojo* binnenkomt met de intentie van de training actief bij te wonen, hoor je te groeten, maak hier een gewoonte van. Dit is voor jezelf, de trainer hoeft dit niet telkens te zien. Het toont je respect voor jezelf, de club, je trainer en de mensen die de sport ontwikkeld hebben.
2.2. Bij het binnenkomen van de dojo is je uitrusting compleet en in orde, d.w.z de vest is dicht en hangt over de broek, en je gordel is op de correcte manier geknoopt (een platte knoop die je kan leren knopen in de club). Je hebt geen juwelen aan (dus geen piercings*, arm- of enkelbandjes, geen halssnoeren), dit voor de veiligheid. Ook dient je persoonlijke hygiëne in orde te zijn, d.w.z je nagels moeten kort en ongekarteld zijn en lange haren moeten gebonden zijn zodat deze het zicht niet belemmeren (dit eventueel met een discrete haarband). Daarbij hoor je ook jezelf voldoende te wassen en je tanden te poetsen voor je op de training aankomt. Is dit niet in orde, dan word je teruggestuurd naar de kleedkamer om dit in orde te brengen (in extreme gevallen kan de trainer je verplichten om ter plaatse te douchen alvorens mee te mogen doen aan de training).
2.3. Bij te laat komen ga je aan de kant op je knieën zitten en groet je af, daarna wacht je op je knieën tot één van de zwarte gordels je de toestemming geeft om je aan te sluiten bij de training. Hij zal je ook zeggen of je een aantal push-ups* moet doen, of dat je jezelf even moet opwarmen.
2.4. Bij het verlaten van de dojo hoor je ook te groeten, om voor jezelf de karatetraining af te sluiten en ook weer om je respect te betonen.
2.5. Wanneer je er de gewoonte van maakt om te laat te komen, dan wordt hier rekening mee gehouden op de examens. Weet je echter op voorhand dat je niet of te laat kan komen trainen, dan verwittig je Tim N., Gert S. of Brecht V.N. tijdig.
Op de mat:
2.6. Er wordt niet gesnoept of gekauwd tijdens de training (niet op een kauwgom, maar ook niet op je vingers, nagels, gordel, …), als je tijdens de training toch iets in je mond wil hebben, dan mag je je mondstuk dragen. Verder zal de trainer van dienst telkens beslissen of en wanneer er een pauze komt om te drinken of naar het toilet te gaan.
2.7. Wanneer je je handschoenen of ander materiaal moet wegleggen, doe je dit op een fatsoenlijke manier. Je gooit dit materiaal dus niet van halverwege de zaal naar de tribunes.
2.8. Als je heel dringend naar het toilet moet gaan, of als je dringend je neus moet vegen, of als je om welke andere reden dan ook de dojo moet verlaten; dan vraag je hiervoor steeds de toestemming aan de trainer van dienst.
2.9. Je doet steeds de volledige opwarming mee, uitgezonderd wanneer je geblesseerd bent of wanneer je een doktersbewijs kan voorleggen dat je een bepaalde oefening niet mag doen. Een losse gordel is geen geldige regel om de opwarming te staken. In dat geval laat je de gordel liggen tot de trainer je toestemming geeft om deze te binden.
2.10. Wanneer er uitleg gegeven wordt door de trainer, zit of sta je fatsoenlijk en let je op. Wanneer je zit, dan zit je op je knieën of in kleermakerszit.
2.11. Wanneer de trainer uitleg aan het geven is, wordt er niet gebabbeld, gefluisterd of gelachen. Gebeurt dit toch, dan mag de trainer je straffen op de manier die hij gepast vindt. Deze straffen kunnen zijn:
2.11.1. Een bepaald aantal push-ups of sit-ups, een bepaald aantal keer rond de zaal lopen, …
2.11.2. Als je er de gewoonte van maakt de training regelmatig te storen met gelach en gebabbel, dan wordt hier tijdens de examens rekening mee gehouden.
2.11.3. Wanneer deze straffen geen effect hebben en wanneer je de training begint op te houden, toon je openlijk dat je geen respect hebt voor alles wat karate inhoudt en mag de trainer je wegsturen van de dojo. Voor de jongere karateka’s zal er contact opgenomen worden met de ouders.
2.11.4. Herhaalt dit gedrag zich, dan mag de trainer je de toegang tot de dojo weigeren voor een welbepaalde tijd.
2.11.5. Helpen deze maatregelen niet, dan is een volledige schorsing* mogelijk.
2.12. Wanneer de groep opgesplitst wordt, dan toon je respect voor de andere groep door deze niet te storen (je maakt uiteraard geen lawaai, maar je loopt ook niet door de groep, maar er omheen)
3. Examens:
3.1. Tweemaal per jaar zijn er examens, de examencommissie bestaat uit Tim Nunes, Gert Schrijvers, Brecht Van Nijlen en indien nodig iemand met een eerste Kyu of hoger die door Tim wordt aangeduid. Tim is hoofdtrainer van de club en heeft dus steeds de eindbeslissing.
3.2. Vanaf 2006 kan onder de 16 jaar je slechts eenmaal per jaar van kyu* veranderen, je mag echter wel aan beide examens deelnemen. Indien je dus slaagt in een examen en je behaalt je hogere kyu, dan kan je bij het volgende examen, afhankelijk van je graad, slechts één of twee streepjes bijhalen (d.w.z gevorderde of kandidaat).
3.3. Je moet een bepaald aantal trainingen gevolgd hebben in onze club (dit wordt elke training gecontroleerd), om aan het examen deel te mogen nemen, voor het precieze aantal, raadpleeg je best het examenreglement.
3.4. Elk examen gebeurt achter gesloten deuren, zonder toeschouwers. Er wordt nooit op een beslissing teruggekomen. Het al dan niet behalen van de gordel wordt door de examencommissie beslist, vertrouw er dus maar op dat je de gordel krijgt die je verdient.
3.5. De criteria voor de examens alsook het volledige examenprogramma worden op voorhand bekendgemaakt. De beoordelingsfiches* kunnen achteraf op aanvraag steeds ingekeken worden.
4. Toernooien:
4.1. Om aan kumite* toernooien deel te nemen, is de minimumleeftijd meestal 10 jaar. Hierover is geen discussie mogelijk, aangezien dit ook geldt voor de toernooien zelf. Je wordt als 10 jarige beschouwd vanaf het moment dat je 10 bent geworden.
4.2. Voor kumite geldt de volgende regel: je houdt je steeds aan wat je coach zegt. Dus wanneer hij zegt geen contact op het aangezicht, dan betekent dit ook geen contact op het aangezicht.
4.3. Om aan een kata* toernooi deel te nemen, moet je minstens 7 jaar oud zijn. Hierover is geen discussie mogelijk, aangezien dit ook geldt voor de toernooien zelf. Je wordt als 7 jarige beschouwd vanaf het moment dat je 7 bent geworden.
4.4. De coach* beslist steeds of je aan een toernooi mag deelnemen of niet, wanneer je gevraagd wordt om aan een toernooi deel te nemen, betekent dit dat de coach je klaar acht om dit te doen. Elk toernooi betekent een uitdaging, maar als je coach vindt dat je er klaar voor bent, dan is het aangewezen om aan het toernooi deel te nemen.
4.5. Trainingen die aan het toernooi voorafgaan staan zo veel mogelijk in het teken van het toernooi, d.w.z komt er een kata toernooi, dan wordt er op kata getraind, komt er een kumite toernooi, dan zal er op kumite getraind worden.
4.6. Wanneer je voor een toernooi ingeschreven bent, dan heb je de mogelijkheid op zaterdag tussen 15u30 en 16u30 extra training te ontvangen. Om dit te doen, vraag je aan Tim of hij dit wil doen.
5. Terminologie:
5.1. Karateka: iemand die karate beoefent.
5.2. Dojo: betekent algemeen de ruimte waar 'de weg' of de kunst beoefend wordt. Voor ons betekent dit dus de sporthal en meer bepaald het gedeelte van de sporthal waar we trainen. Uitzonderlijk is het mogelijk dat we elders trainen (vb. op een voetbalveld), dan is dit de dojo.
5.3. Piercings: sieraden in oorlellen, neusvleugels, navels enz.
5.4. Push-ups: ook wel pompen genoemd, je steunt op beide handen en voeten, strekt het lichaam uit en houdt de benen samen. Vervolgens laat je jezelf door je armen zakken en duw je jezelf weer recht door je armen te strekken, je lichaam blijft volledig gestrekt.
5.5. Schorsing: wanneer je geschorst wordt, betekent dit dat je permanent de lessen niet meer mag bijwonen en ook de dojo niet meer mag betreden.
5.6. Kyu: elke graad lager dan zwarte gordel, wordt kyu genoemd. Je begint als witte gordel bij 9de kyu en eindigt als derde bruin bij 1ste kyu.
5.7. Beoordelingsfiche: het papier dat tijdens een examen door iemand van de examencommissie wordt ingevuld.
5.8. Kumite: sparren, vechten (letterlijk: ontmoetende handen).
5.9. Kata: een patroon van verdediging en aanval dat alleen geoefend kan worden (letterlijk: vorm).
5.10. Coach: persoon die je op weg naar een toernooi begeleidt. Meestal is dit ook je trainer.